Woordenboek

Hiernaast worden enkele woorden uit het jargon van de genealogie uitgelegd.

 

Terug

Terug naar begin-pagina

Kwartierstaat: In de genealogie is een kwartierstaat een opstelling van de kwartierdragers of probanden (degenen van wie men uitgaat) met alle directe voorouders in mannelijke en vrouwelijke lijn. Per generatie verdubbelt het aantal personen. Een kwartierstaat lijkt een beetje op een omgedraaid parenteel. De naam is ontstaan uit de vier kwartieren van een wapenschild, waarin men dan de wapens van de vier grootouders plaatste.

Parenteel: Een parenteel is in de genealogie een opstelling van een stamouderpaar of alleen een stamvader of een stammoeder (generatie I) met hun kinderen (generatie II) en al hun verdere afstammelingen, zowel in mannelijke als in vrouwelijke lijn uitgewerkt. Een parenteel lijkt een beetje op een omgedraaide kwartierstaat.

Proband: Een probandus, ook wel proband is iemand die men gebruikt als uitgangspunt bij het maken van een genealogie. Meestal gebruikt men zichzelf als probandus, of een beroemde voorouder.

Generatie:In de genealogie is een generatie de verzameling van alle individuen die in een afstamming van dezelfde voorouder op dezelfde afstand van deze voorouder staan. Zo bevinden de kinderen van broers en/of zusters zich in dezelfde generatie: het zijn neven en nichten.

De gemeenschappelijke voorouder zelf kan als eerste generatie beschouwd worden, zijn kinderen zijn generatie twee, zijn kleinkinderen generatie drie, zijn achterkleinkinderen generatie vier, enzovoorts. Bij de meeste mensen is tijdens de geboorte wel een of meerdere grootouders in leven. Soms komt het voor dat de overgrootouders nog in leven zijn. Meer dan vier generaties is zeldzaam. Individuen in een genealogische generatie hoeven, in tegenstelling tot die in maatschappelijke generaties, niet per se dezelfde ouderdom te hebben of zelfs tegelijkertijd te leven, zeker als het aantal generaties vanaf de gemeenschappelijke voorouder hoog is.

 Klik hier voor de benamingen van generaties